Teamlead Mechanical Engineering

Jurre kwam via ROC de Leijgraaf in Oss als stagiair bij UMS binnen, ooit voor een kijkje in de werkplaats, daarna een afstudeerstage. Zijn opleiding mechatronica gaf hem een brede basis: elektronica, hydrauliek, mechanica. Maar het mechanische, en het 3D-tekenen dat daarbij hoort, trok hem het meest.
"Toen het engineeringteam wegging, bleef ik als enige over. Ik ben een beetje de stuurman van het schip geworden, zeg maar. Zo eigenlijk voor de bus geduwd, en toch overleefd." De toenmalige CTO gaf hem gewoon een kans: "Bewijs jezelf maar. Als het na een half jaar niet uitkomt, kun je altijd nog in de werkplaats werken." Inmiddels doet Jurre dit werk al vier en een half jaar, en is hij sinds ongeveer een half jaar tot een jaar ook teamlead van het mechanical engineering-team, al is dat, zoals hij zelf zegt, nog niet allemaal officieel.
Wat Jurre's werk bijzonder maakt, is dat hij niet aan één ding tegelijk werkt zoals bij veel grote bedrijven. "Bij Deutz hebben ze bijvoorbeeld tien man op één project: twee op de batterij, twee op de drivetrain, twee op de koeling, twee op de integratie. Wij hebben eigenlijk twee koppen die alles aan het voertuig doen."
Dat betekent dat hij het hele proces doorloopt: van de space claim (past het er wel in, hoeveel batterijen kunnen erbij) tot het uiteindelijke ontwerp in de plaatwerkconstructie, in nauw overleg met de werkplaats, elektrical engineering, software, sales en soms zelfs de klant. "En als twee dingen dan niet aan elkaar passen, moet je zelf een keuze maken hoe het wel werkt. In plaats van dat je moet gaan schakelen tussen vier verschillende afdelingen."
De keerzijde: het is ontzettend dynamisch, soms té dynamisch. "Je bent een week lang met een project bezig, en dan komt er ineens een servicemachine binnen die met stel en sprong onderdelen nodig heeft. Dan moet je nieuwe project even blijven liggen." Een collega kon dat niet aan en is na een jaar vertrokken. "Daar moet je inderdaad wel echt tegen kunnen."
"We maken supermooie machines, dat is echt iets waar ik achter sta. Maar het is vooral de diversiteit in het werk die het voor mij leuk maakt, en dat je continu gepusht wordt. Je krijgt een machine waar je alles zelf aan moet bedenken: je weet wat eromheen moet komen, maar ga het maar passen."
Ook de sfeer noemt hij als iets typisch: "Er staat een muziekje aan, iedereen kan met elkaar. We zijn niet allemaal vrienden buiten werktijd, maar op het werk is het gewoon gezellig, en iedereen kan een grapje maken. Er zijn ook momenten dat de helft met een koptelefoon op geconcentreerd zit, dat mag ook."
"Je moet echt niet de stereotype engineer zijn die alleen achter zijn scherm zit en verder nergens naar omkijkt. Je moet met alle afdelingen kunnen praten, je ideeën kunnen uitleggen, én openstaan voor andermans ideeën.
En zoek je eigen informatie. We bouwen protoypes, dus er is vaak nog geen standaardblaadje dat zegt: doe dit maar zo. Je krijgt een eindresultaat dat gerealiseerd moet worden, en je moet vanuit niets iets maken.
Het belangrijkste: durf te wisselen tussen theorie en praktijk. Ik kan op de computer prima een inbusbout in een ruimte tekenen, maar in de praktijk past die inbussleutel er soms gewoon niet. Dan moet je samen met de werkplaats bedenken hoe het wél kan. Dat wisselwerken, dat is precies waarom dit werk hier anders is dan bij een groot bedrijf."

